Er komt geen herhaling van de Champions League finale van vorig jaar. Barcelona voorkwam met een niet meer verwachte treffer in de extra tijd een nieuwe Engelse clash, op 27 mei in Rome. De Catalanen mogen nu zelf aantreden tegen titelverdediger Manchester United, dat zich gisteren overtuigend plaatste ten koste van Arsenal. Maar dat Barcelona eind mei tegenover de Mancunians staat, mag een klein mirakel heten.
Niets leek er aan de hand voor Chelsea, dat zich diep in de blessuretijd toch zeker niet meer zou laten verschalken door de tien man van Barcelona. De gehele wedstrijd waren de Engelsen de gevaarlijkste ploeg, gesteund door een vroeg verkregen voorsprong. Maar het onmogelijke gebeurde toch. In de 93ste minuut dompelde Andreas Iniesta heel Stamford Bridge met zijn doeltreffende uithaal in diepe rouw: 1-1.
Chelsea kende nochtans de start die de ploeg zich ongetwijfeld gewenst zal hebben. Met een geweldige poeier zorgde Michael Essien al in de negende minuut voor de zo belangrijke voorsprong, die de ploeg van Guus Hiddink de gewenste uitgangspositie gaf. Chelsea zakte terug op eigen helft, drong Barcelona het initiatief op maar was zelf het gevaarlijkst in de counter.
Zo liet met name Didier Drogba enkele grote kansen liggen om de wedstrijd voortijdig te beslissen. Wel bereikte de thuisploeg een numeriek overtal, toen Eric Abidal de rode kaart getoond kreeg na een vermeende overtreding op de doorgebroken Nicolas Anelka. Het bleek overigens niet de enige twijfelachtige beslissing van scheidsrechter Tom Henning Ovrebo, die Chelsea tot tweemaal toe een strafschop onthield.
Hoe kostbaar die gemiste kansen en arbitrale fouten voor Chelsea waren, bleek pas in de 93ste minuut. Barcelona had de gehele wedstrijd nog niet één schot op het doel van Petr Cech kunnen lossen. Tot het voor Chelsea zo fatale moment, waarop Andreas Iniesta zich op aangeven van Lionel Messi naar de Catalaanse heldenstatus schoot.
Bron: Voetbal Centraal





